Tuesday, June 9, 2009
Grote klappen voor de regeringspartijen in Ierland
Ondanks het feit dat de verkiezingen hier al plaatsvonden op vrijdag 5 juni, sijpelen de resultaten nu pas binnen. De uitslagen zijn tot op dit moment nog steeds niet volledig bekend. Dit is het nadeel van nog te stemmen met potlood op papier. Enkele jaren geleden werd door de overheid een revolutionair en ultraduur computersysteem aangekocht dat de verkiezingen in Ierland moest moderniseren. Miljoenen werden hieraan gespendeerd. Helaas bleek het systeem langs geen kanten te werken en nog meer geld om het verder te verfijnen, was er niet meer. De ganse rimram werd dus maar naar het containerpark verbannen. Al het geld dat erin gepompt was, werd uiteraard niet gerecupereerd en sindsdien wordt hier weer vrolijk met potlood op papier gestemd. Only in Ireland…
In Ierland waren er niet alleen Europese verkiezingen, maar ook gemeenteraadsverkiezingen en provinciale verkiezingen. De opkomst strandt op 58,58 procent, wat hier redelijk goed gevonden wordt.
De Ieren zijn erg ontevreden over de gang van zaken in hun land op dit ogenblik. Kan het ook anders? De Celtic Tiger is geïmplodeerd. De werkloosheid heeft vorige week de grens van 400.000 overschreden, wat overeenkomt met 12% van de actieve bevolking. Prognoses voorspellen dat dit nog zal oplopen tot 500.000 of 15% tegen het einde van dit jaar. Winkels sluiten hun deuren, pubs gaan failliet, grote bedrijven die eens naar Ierland trokken omwille van het belastingsvoordeel verlaten dit uitgebluste paradijs voor andere voordeligere oorden. De regering besliste om het openbaar vervoer in te krimpen, en om de uitkeringen te verminderen. Ze beweert bovendien de staatskas te kunnen aandikken door een deel van het kindergeld af te schaffen. Ook de begeleiding van minder begaafde kinderen of leerlingen met problemen zoals dislectie of autisme wordt in de lagere school zo goed als afgeschaft en in het middelbaar sterk verminderd. Een mens zou voor minder malcontent zijn.
Het stond dus als een paal boven water dat deze verkiezingen niet over Europa zouden gaan, noch over het beleid op lokaal niveau, maar over het wanbeleid van de nationale regering. Velen hopen dan ook dat de uitslag ertoe zal leiden dat de regering zijn koffers zal pakken en vervroegde verkiezingen zal aankondigen, want niemand gelooft nog dat zij bekwaam is om dit land tot 2012 te leiden zonder dat het volledig de dieperik intuimelt.
Zogezegd, zo gedaan. De regeringspartijen verliezen bij de lokale verkiezingen massaal. De groenen zijn nagenoeg van de kaart geveegd en houden nog een luttele 3% over. Fianna Faíl (centrumrechts) gaat van 32% naar 25% en is na ontelbare jaren van de grootste-partij-troon gestoten.
De verliezen van de regeringspartijen zijn bij de Europese verkiezingen minder uitgesproken. Van de kandidaten die al in Brussel zaten, was men blijkbaar nogal tevreden, want een groot deel mag terugkeren naar zijn zetel. Helaas moet ik opnieuw vaststellen dat er toch weinig mensen voeling hebben met wat er op Europees niveau gebeurt. Op dit ogenblik heeft men hier andere kopzorgen, waarvan de economische crisis duidelijk de grootste is.
Tot mijn verbazing blijkt het kiessysteem in Ierland helemaal anders in elkaar te zitten dan in België. Voor Europa bestonden er vier verschillende lijsten, voor de vier grote gebieden in Ierland: North West, South, East en Dublin. Op elke lijst stonden tussen de tien en de dertien kandidaten, verdeeld over de verschillende partijen. Er wordt binnen de partij beslist welke kandidaten naar voor worden geschoven alsook hoeveel kandidaten er per regio zullen opkomen. Een plaats op de lijst kost veel geld en als je niet verkozen bent, ben je dat geld onherroepelijk kwijt. Wie verkozen is, krijgt zijn ‘inkoopsom’ terugbetaald. Het geld van de niet-verkozenen wordt gebruikt om zoveel mogelijk kosten te dekken die bij de organisatie van de verkiezingen komen kijken. Zo worden de voorzitters en bijzitters van de stemlokalen bijvoorbeeld betaald en naar verluidt zou dat een aardige som opleveren. De stembiljetten zijn dus niet onderverdeeld volgens partij zoals in België. Er is slechts één lijst, met de verschillende partijen vertegenwoordigd en elke partij heeft zoveel kandidaten als dat ze plaatsen op de lijst opgekocht heeft. Meestal zijn dat er niet meer dan drie. Elke partij kan, maar moet niet, een aantal plaatsen opkopen. Dat verklaart waarom er in sommige regio’s slechts tien kandidaten op de lijst stonden en in andere dertien. Enkel wie een kans maakt om ook effectief verkozen te worden, komt op de lijst te staan. Een partij zal geen geld geven aan kandidaten die geen schijn van kans maken. Er wordt gestemd door nummers te plaatsen naast de kandidaten van je voorkeur. Respectievelijk 1,2,3,4 voor je vier geprefereerde keuzes. Je nummer 1 is uiteraard je eerste keuze, en als je wilt, kan je nog verder nummeren, maar dat hoeft niet.
Een voorbeeld van een stembiljet kreeg ik helaas niet te pakken en foto’s nemen in de ‘polling station’ was ook niet toegestaan. Stel je er een ouderwets klaslokaaltje bij voor, met een voorzitter en bijzitter die al lang de pensioengerechtigde leeftijd overschreden hebben en wankele houten schermen als stemhokjes. De tijden van moderne computersystemen zijn al lang voorbijgestreefd in Ierland.
Noord-Ierse kwesties!
Wie dacht dat de zaken in Noord-Ierland uitgeklaard waren, heeft het goed mis. Wie verwacht dat ik in dit artikel een klare kijk op de situatie kan geven, kan beter meteen hier stoppen met lezen. Moraal van het verhaal: de situatie in Noord-Ierland is zo bijzonder en complex dat ook ik het niet uitgelegd krijg zonder in een kluwen van gedachten verstrikt te geraken. Ik onderneem toch een bescheiden poging en om niet te vervallen in saaie politieke praat, baseer ik me op enkele eigen ervaringen.
De Belgische media hebben nog bijzonder weinig aandacht voor de conflicten in Noord-Ierland, waardoor al snel geconcludeerd wordt dat iedereen het daar na het tekenen van het Belfast Agreement in 1998 best naar zijn zin heeft.
Toen ik vijf jaar geleden in de Republiek Ierland studeerde had ik het briljante idee om een weekendje naar Belfast te trekken met een Franse vriendin. Aangekomen in het busstation na een helse rit door de bergen en langs prachtige watervallen, begeven we ons naar onze jeugdherberg die in het centrum van de stad gelegen is. Het is vrijdagavond en dus verwacht je een zekere uitgelaten sfeer, mensen op straat, volk in de pubs, tijd om vreugdevol het weekend in te gaan. Niets daarvan in Belfast. Het centrum ligt er verlaten bij, geen pubs of restaurants te bespeuren en geen kat op straat. De eigenaar van de hostel weet ons te vertellen dat dit gebied ten tijde van de hevigste ‘troubles’ om zes uur ‘s avonds afgesloten werd met barricades. Zelfs al zijn de barricades er nu niet meer, de gewoonte en de schrik zitten er nog steeds in en na sluitingstijd van de winkels verandert het levendige centrum in een verlaten hol. Verder hoorde ik toen regelmatig op het nieuws dat taxi’s in brand gestoken waren en winkels vuur gevat hadden.
Vijf jaar later woon ik op vijftig kilometer van de grens met Noord-Ierland en op een kleine twee uur rijden van Belfast. De gemoederen zijn een stuk bedaard in vergelijking met toen, maar de ‘troubles’ zijn nog lang niet opgelost. Geen brandende taxi’s en winkels meer, maar toch vielen er de laatste maanden alweer enkele doden in uit de hand gelopen rellen. Vorige week nog werd er gevochten tussen bendes in Belfast en liet een jongeman hierbij het leven. De protestantse en katholieke wijken in Belfast zijn nog steeds strikt gescheiden door een op sommige plaatsen twintig meter hoge muur. De poorten die de wijken overdag met elkaar verbinden gaan om zes uur ‘s avonds en tijdens het weekend onherroepelijk dicht zodat er geen rechtstreeks verkeer mogelijk is tussen beiden gebieden, tenzij via de neutrale zone die het stadscentrum vormt. Wat vroeger een politieke kwestie was, is tegenwoordig voornamelijk geëvolueerd naar een soort bendeoorlog. De verschillende bendes zijn vaak betrokken in drugs- en wapenhandel, maar de religieuze roots spelen uiteraard nog een grote rol.
Onlangs ging ik wandelen in de bergen in Noord-Ierland en we parkeerden onze auto in een klein dorpje net over de grens met de Republiek Ierland. Na even afgedwaald te zijn wandelden we plots in een wijk waar de voetpaden en brugjes in de Union Jack kleuren geschilderd waren. Maar goed dat we daar onze auto met Ierse nummerplaat niet geparkeerd hadden, want een verdwaalde kras of deuk zou op zijn minst onze auto gesierd hebben op het einde van de dag, zo werd ons door verschillende mensen meegedeeld. In de Republiek Ierland, aan de andere kant van diezelfde grens op slechts enkele kilometers van bovengenoemd dorpje, werd onlangs een auto met Noord-Ierse nummerplaat duidelijk gemaakt dat hij niet welkom was op wat een private weg bleek te zijn. De bestuurder werd kordaat verzocht rechtsomkeer te maken en een andere route te zoeken om zijn bestemming te bereiken. Wij, met Ierse nummerplaat, mochten wel doorrijden. Spreek bovendien het woord IRA niet uit in het openbaar, want je riskeert jezelf in de nesten te werken. Dit is een hypergevoelige thematiek, gelijk waar je komt op dit eiland. Onlangs nog vertelde een vriendin me dat ze het als leerkracht lager onderwijs in de Republiek Ierland zo moeilijk had om werk te vinden omdat ze protestants is. Haar katholieke vriendinnen daarentegen werden overal uitgenodigd voor sollicitatiegesprekken. Het zit in de kleine dingen, die toch vaak hard aankomen. Kleine dingen, die soms grote gevolgen kunnen hebben.
Vandaag is het absoluut veilig om als toerist Belfast te bezoeken en een georganiseerde rondrit te maken langs de muurschilderingen en doorheen de verschillende katholieke en protestantse wijken. Maar tussen de verschillende bendes heerst nog steeds haat en wrok en regelmatig escaleert dit helaas in rellen met slachtoffers. Maar over het algemeen zijn de Noord-Ieren het vechten moe. Ze hebben er geen zin meer in. Het mag nu maar eens ophouden. Maar niemand kan een pasklare oplossing bieden voor de aanhoudende spanningen. Waarom niet? Omdat de situatie ongelooflijk ingewikkeld is.
Knappe vrouwen, rugby en klaagliederen.
Ik kocht deze ochtend een exemplaar van de twee vermeende kwaliteitskranten in Ierland: The Irish Independent en The Irish Times. In welke mate deze kranten zo onafhankelijk zijn is maar de vraag, want overal hoor ik dat de overheid toch een grote zeggenschap heeft in wat er al dan niet in het nieuws verschijnt.
The Irish Independent wijdt toch drie pagina’s aan verkiezingen. ‘Hoera’, dacht ik, ‘eindelijk kom ik meer te weten via de officiële kanalen’, maar dat was te vroeg gejuicht. Ik vond één artikel over de Europese verkiezingen. Alweer een vreugdesprongetje in mijn hart. God, wat zijn de verkiezingen toch boeiend. Fine Gael, de grootste oppositiepartij sinds jaar en dag, heeft een Europees Manifest gelanceerd. Nadat ik het artikel drie keer gelezen had om toch maar geen flaters te slaan, kon ik met zekerheid vaststellen dat het volledig gewijd was aan het model Virginia Macweetikveel die aanwezig was op de lancering, en partijleider Enda Kenny bijstond op deze grote dag. De inhoud van het Manifest wordt vakkundig omzeild. Een ander interessant artikel trekt vervolgens mijn aandacht. Uit Europees onderzoek blijkt dat de Ieren de zilveren medaille ‘zagen en klagen’ winnen na goud voor de Britten. Ieren klagen gemiddeld maar liefst 9u en 28 minuten per week of zo’n 20 dagen per jaar. Het klaagmoment van de week blijkt maandagochtend klokvast om 10u37 te zijn. Vreemd is dat er niet zozeer geklaagd wordt over politiek, wel over 1. Het weer 2. Verkeer 3. Vermoeidheid 4. Werkdruk. Ter vergelijking, de Spanjaarden houden het op 4u en 38 minuten per week. Op de website vind ik geen additioneel interessant nieuws, geen blog over Europa en geen speciale pagina met verkiezingsnieuws.
Misschien heb ik meer geluk met The Irish Times. Ik vind een massa artikels over de Heineken Cup Final, de Europese rugby finale. Enkele pagina’s verder stuit ik op verkiezingsnieuws. Deze keer krijgt de inhoud van het Europese Manifest van Fine Gael wel meer aandacht. Er wordt schoorvoetend toegegeven dat er wel degelijk fouten zijn gemaakt in de analyse van het Verdrag van Lissabon. Ten tijde van het referendum werd verkondigd dat maar liefst 80% van de wetten die sinds 1992 goedgekeurd zijn, beïnvloed werden door Europese beslissingen. Te veel naar Ierse nationalistische normen, want waar gaat onze identiteit heen? Nu blijkt dit toch maar 30% te zijn. Een interessant gegeven, maar Fine Gael vindt het positief en pleit voor een pro-Europese houding. Kan dit een kentering betekenen? Zie ik hier een positief signaal? Ook de website maakt me blij, want hier vind ik een volledige pagina gewijd aan de verkiezingen, met bovendien een klein onderdeel over Europa. Veel leer ik echter niet bij.
Maar goed, Ierland blijft bovenal een sportland, dat blijkt duidelijk uit de verslaggeving op de websites en in beide kranten. Van Europese politiek ligt men hier niet zozeer wakker, van sport en knappe vrouwen des te meer.
Europese verkiezingen? Echt?
Ik heb de test gedaan. Ik woon op exact 1,6 km van het kleine stadscentrum en ben te voet heen en terug gewandeld. Op mijn weg, die best wel stijl bergop en bergaf gaat, heb ik de verkiezingsborden geanalyseerd. Deze zijn trouwens allemaal keurig aan de verlichtingspalen bevestigd.
Wat blijkt, op die 1,6km vind ik welgeteld vier plakkaten voor de Europese verkiezingen. De tel van het aantal borden voor de gemeenteraadsverkiezingen ben ik onderweg kwijtgeraakt. Misschien doe ik het nog eens opnieuw, maar de conclusie was duidelijk. De Europese verkiezingen moeten aan populariteit het onderspit delven ten opzichte van de lokale. Naar verluidt is dat een algemene trend in Europa.
Het straatbeeld wordt bovendien niet alleen gesierd door verkiezingsborden, maar evenzeer door een ganse horden politiekers die van deur tot deur het politieke woord gaan verkondigen. In groep, alleen, in maatpak of in busjes, op die 1,6 km heb ik veel politieke commotie gezien, maar bijzonder weinig Europese interesse.
Als je dan aan de doorsnee Ier vraagt op welke partij hij van plan is te stemmen voor de Europese verkiezingen, zegt hij doodleuk: “Ah zijn er ook Europese verkiezingen?”. Vraag ik nog een beetje door bij enkele anderen, dan blijkt dat niemand eigenlijk echt begrijpt wat Europa in hun leven kan betekenen. “Wat doen die gasten daar eigenlijk in Brussel? En wat belangt het ons aan? Ja, meneer den burgemeester, die doet toch veel voor ons. Maar Europa? Geen flauw idee”. Of toch, enkelen rollen met hun ogen. “Ja, Europa, daarvan hebben wij veel steun gekregen om ons wegennetwerk te vernieuwen”. Een fonkeling in de ogen en golf van appreciatie voor Europa. Maar dan verschijnt de donderwolk op elkeens gezicht. “Europa heeft ons financieel gesteund om nieuwe wegen te bouwen, waar wij nu tol op betalen die de kas van onze eigen regering spijst. Dat moet je mij eens uitleggen?!” Tja, wat moet ik daarop dan zeggen? De wil is er, het geloof in Europa is er evenzeer, maar gebrek aan informatie, een weinig transparant beleid en te veel controle op de media van hogerhand houden de mensen helaas een beetje onwetend.
Subscribe to:
Comments (Atom)